Amigo mío!

Bienvenido amigo mío! Welkom op onze eigenste blogspot. Via deze weg willen we nieuwsgierigen hun honger stillen, 't thuisfront geruststellen en de mijnbouwproblematiek in Oruro (Bolivia) een stem geven...

En wij horen ook graag van jullie, dus reageer gerust op onze berichtjes!



maandag 11 juni 2012

Parque Nacional Amboró

Parque Nacional Amboró (nabij Santa Cruz) 

Santa Cruz... ‘t Is ondertussen veel te lang geleden. De zwoele winden van den Oriente zijn voorgoed uit onze haren gewapperd. In Oruro kruipt de koude met de dag meer in onze kleren. Maar de bevroren waterleidingen blijven (voorlopig) uit. We hebben ons ondertussen allerlei thermische broekjes en truitjes aangeschafd. En sinds een week of twee slapen we met een échte pyama aan. Ons gaan ze niet liggen hebben. 

Den Oriente dus... Omdat Don Matías zijn verjaardag in stijl zou gevierd worden, besloten we een nieuw stukje Bolivia te ontdekken. Het was nooit echt onze droom geweest Santa Cruz – hét handelscentrum en transportknooppunt van het land – te zien, maar daarom waren we wellicht danig aangenaam verrast. We zagen meer palmbomen dan wolkenkrabbers, we sliepen in bescheiden backpackers bedjes en hoefden dus geen fortuin te besteden, en we kozen voor een typisch boliviaans verjaardagsmaal en waanden ons dus (even) níet tussen de Japanse, Duitse, Italiaanse, Oost-Europese, Arabische, Indische Sikh en Duits-Canadese mennonieten gemeenschappen.

Maar we waren dus niet 24 uur op een bus gekropen om een metropool te zien. Ons doel was het Parque Nacional Amboró. Een park bijna zo groot als België’s grootste provincie Luxemburg, maar dan nog net iets ‘heuvelachtiger’ dan dat we van ons Valonia gewend zijn, namelijk van 3300 meter boven zeeniveau in het zuiden tot slechts 300 meter in het noorden. En het was vanuit Buena Vista in het noorden dat we het park in stijl binnendrongen. Misschien niet op de meest ecologische manier – de paarden waren namelijk op stal gebleven – maar dan toch alleszins in the most adventorous way... En dat ging zo: beide Mowsies met hun trekzak van gemakkelijk 20 kg waarin allerlei extreem nutteloze zaken meegesleurd werden voor iemand die de jungle intrekt, achterop een crossmoto aan 70 km per uur (zo leek het althans) door los liggend zand en riviertjes, over los grind en over kasseien zo groot als Jean-Luc zijn hoofd (geen gewone ‘kinderkopkes’ dus). De afwezigheid van een helm, mijn gladde slippers en weinig bedekkend topje, bezorgden mij een struisvogelei in de broek en de schrik van mijn leven toen bleek dat de Grote Rivier die we over moesten ook per moto zou gebeuren. Het was absoluut niet geruststellend dat mijn laptop (om te kunnen werken in Santa Cruz) daar ergens op mijn rug hing te schudden en we dus Dios, Por Favor! niet mochten vallen. Onze chauffeurs waren echter zo jong dat ze van die generatie waren dat de moto – en niet het paard – hen had grootgebracht. Op dezelfde trip in het terugkeren 3 dagen later was ik dan ook stiekem jaloers op Mathias die vanachter bij een puber mocht, terwijl ik bij een beginnende grijsaard plaatsnam.

Parque Nacional Amboró kom je niet binnen zonder gids, dus via een super schoon gemeenschapsproject kwamen we terecht in een prachtige eco-lodge voor een belachelijk laag prijsje. De nacht vloog al spinnend voorbij onder onze hemelbedjes en ’s morgens voelden we ons dan ook helemaal klaar om met Guía Esteban voor twee dagen de jungle in te trekken. In tegenstellig tot de laatste toeristen in de lodge laten wij de hangmatten toch maar voor bekeken en wouden we echt álles gezien hebben. Het ging dus aan een stevig tempo van enkele miradores (uitkijktorens) naar grotten (met en zonder vleermuizen), feeërieke watervallen, ... in het spoor van de tijger(kat), het wilde varken, de miereneter en de talrijke morfo vlinders. ’s Avonds ruilen we onze hemelbedjes voor een deken in een grot ergens diep in de jungle. De volgende dag waden we terug door de rivier en worden we in de lodge wederom culinair verwend door één van de mamás van het dorp. ’s Namiddags haalt Evelyne haar canyon skills boven in enkele sprookjesachtige piscinas naturales en spotten we de loro paraquay, ofte de papegaai van Jommeke. ’s Nachts trekken we ‘r met Esteban voor een laatste keer op uit met de zaklampen. We willen en zullen het wilde varken aan het vreten gezien hebben. Maar na een dik uur muisstil zitten in de donker, geven we dan toch op. Desondanks verlaten we Amboró glimlachend, aangenaam kennis gemaakt te hebben met de mono martín en de mono araña (twee soorten apen) en oh zo veel meer fauna en flora.

Ondertussen in Oruro...


- Evelyne gaat naar El Mercado Kantuta en koopt haar een paar schoenen in de ‘rayon’ Ropa Americana – ofte de spullenhulp hoek – en merkt pas thuis dat ze haar met twee rechtervoeten  opgescheept hebben. Daarop volgt een drie weken durende queeste naar de Madame van ’t bewuste kraam. Als ik niet de stad uit was, dan was Doña Wilma dat wel en zo volgde er een kat en muis spelletje met een Happy End waarbij de muis glimlachend ook de linkerschoen tevoorschijn toverde uit één van haar propvolle juttezakken.

- Mathias volgt zijn eerste avondles Charango, de plaatselijke variant van de Ukelele, oorspronkelijk gemaakt van een quirquincho (soort pantserdiertje) over wiens buikje 10 snaren werden gespannen. En dat gedreven door Evelyne’s bemoedigende woorden “Oefening baart kunst”...
- Evelyne ziet in het destillatorenproject prototype 4.0 van de grond komen en haalt opgelucht adem omdat hij er écht goed uitziet. En zo dachten er ook de studenten burgelijk ingenieur over wanneer ze Complejo Solar een bezoekje brachten. Vergezeld van een kus en een pluim van hun Prof. Gualberto Gutiérrez.
- Mathias steekt de moto binnen voor een algemeen onderhoud waardoor we op de altiplano een weekendje Motorcycle Diaries achter de rug hebben. Oruro, te quiero mucho! Oruro, dat ‘k u graag zie verdomme!

DE FOTO's : Parque Amboró & Motorcycle Diaries Oruro :


https://picasaweb.google.com/114798723328886993582/ParqueNacionalAmboroMotorcycleDiariesOruro

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten