Amigo mío!

Bienvenido amigo mío! Welkom op onze eigenste blogspot. Via deze weg willen we nieuwsgierigen hun honger stillen, 't thuisfront geruststellen en de mijnbouwproblematiek in Oruro (Bolivia) een stem geven...

En wij horen ook graag van jullie, dus reageer gerust op onze berichtjes!



zaterdag 12 november 2011

Nuestra segunda semana (01/11/2011 - 12/11/2011)

Het is bizar. We zijn hier nu twee weken, en soms overvalt het mij zo : “shit man, ik woon hier… “. Gisteren nog. Het was één van die avonden dat we elk in ons eigen kamertje sliepen. (Voor diegenen van wie de ogen zich nu spontaan even optrokken : we wonen in een aangenaam en gezellig appartementje waar we twee kamertjes huren, maar omdat Thomas – de vorige zuidmedewerker - zo lief is om ons hier nog wat te begeleiden hebben wij nog geen beslag kunnen leggen op de grote kamer, waar wel twee bedden in kunnen worden ondergebracht. Gevolg : af en toe kruipen we níet samen in zo’n éénpersoonsbed. Om onze gewrichten wat te sparen.)

Het was gisteren dus één van die avonden waarop ik alleen uit het raam van mijn eigen kamer naar de sterrenhemel zat te staren toen het mij weer eens overviel : “shit man, ik woon hier… Hier op bijna 4000 meter hoogte. Hier tussen de bergen die nog ver boven die 4000 meter uittorenen. Hier ergens in een buitenwijk van een stad die ik nog helemaal niet ken. Ik woon hier, en dat voor het komende bijna-jaar. Shit man…”

En dat besef komt maar heel af en toe. Want al even af en toe voelt het ook nog aan als reizen. Omdat we eigenlijk een streek aan het verkennen zijn. Een nog te ontdekken streek waarin we al wonen.

Verslag van de eerste verkennende reisjes door onze achter- en voortuin volgen hieronder…

Onze voortuin. De Jesus-berg. Die met dat kruis op. Waarop ook nog half de op de rotsen geschilderde letters S en U, van vermoedelijk het woord JESUS, op te lezen staan. De Jesus-berg dus.

Het is woensdag 1 november. Dia de los muertos. Dag van de doden. Allerheiligen - of zielen, wie zal het zeggen - bij ons. De dag waarop iedereen naar het kerkhof trekt om overleden familieleden of vrienden extra te herdenken. En dus ook de ‘Orureños’. Bij ons over het algemeen een nogal triestige, doorgaans grijze dag, maar niet hier. Hier wordt een man die echt heeeeeeel graag vlees-patatjes-vlees at herdacht zoals het overal zou horen te zijn. Tientallen familieleden van de man stromen gelijktijdig toe aan z’n laatste rustplaats. In hun handen uiteraard de obligate bos bloemen die die dag overal te koop is. Net zoals bij ons. Maar hier heeft de uitgelaten bende ook een gigantische ovenschotel met een halve ton vlees-patatjes-vlees bij. En die wordt gewoon gezellig verorberd op de man zijn graf. Niet in stilte, want op de achtergrond geeft een fanfare opgewekt het beste van zichzelf. Geen triestige bedoening, maar een feest. Ter ere van de man. En ter ere van vlees-patatjes-vlees!

Maar hoe graag we ook zelf vlees-patatjes-vlees eten, na twee weken in een vreemd land schuif je niet gewoon gezellig bij aan het graf van iemand die je niet kent. En dus is het voor ons een gewone vakantiedag. Wij genieten mee van de fanfare vanuit de bergen. Van op de top van de Jesus-berg.

Een dikke drie uur geleden hebben we onze bottines aangetrokken, die nu lomp onder onze trekkingsbroek uitkomen. De T-shirts die we dragen zijn zweetabsorberend. De Leatherman is mee. En om het volledig overdreven te maken hebben we ons gisteren elk een hoofddeksel aangeschaft. Ik een Puma-pet van 10 bolivianos of de volle euro, en die Mowsie een soort junglehoed die voor de extra halve euro die zij betaalt voorzien is van twee enorm handige features. Het rekkertje dat ook bij acht beaufort de hoed stevig op je hoofd houdt is de vijf extra bolivianos al meer dan waard, maar de spoiler die bij felle rugzon kan uitgeklapt worden om ervoor te zorgen dat de achternek -die meestal vergeten wordt bij het insmeren met zonnecrème – niet te hevig verbrandt is ronduit indrukwekkend! We ruiken beiden nogal hevig naar de cocos-zonnebrandolie. En of we klaar zijn!

En het gaat gezwind de eerste paar ‘straten’ door onze voorbuurt!

Maar dan komt het vals plat waarop het tempo afneemt, volgt de eerste helling waarbij onze tong al even komt proeven van de buitenlucht, en moeten we een eerste keer halt houden om al even te lurken aan de camelbag. Een lieve man vraagt wat we zoeken, en we wijzen moedig naar het kruis daarboven. Hij loopt even met ons mee, en toont ons een heel aantal herkenningspunten hogerop. Rotsformaties waarop de lijdensweg wordt afgebeeld van de man naar wie wij deze berg in onze voortuin noemden.

Telkens opnieuw een doel waar we naartoe kruipen, want het is zwaar op die hoogte. ‘Jullie zijn echt nog niet zooooo goed aangepast aan de hoogte’ roept onze zware ademhaling, en wij zijn maar wat blij als onze vriend Jesus aan het kruis wordt genageld. Tien minuten later staan we te genieten van het hemelse uitzicht waarop het kruis continu zicht heeft. Spijtig genoeg wordt dat uitzicht in enkele ooghoeken grondig verstoord.

Want het doel van onze tocht door de voortuin ligt eigenlijk nog iets verder. Vanop de heuvel iets verderop moeten we normaal één van de mijnen zien liggen waarvoor we hier zijn. De Kori Chaca-mijn is de jongste telg van het bedrijf Inti Raymi. Een bedrijf dat tot voor kort nog officieel in handen was van een Canadese International, en dat zelfs nu onofficieel ook nog zou zijn. De mijn is opgericht omdat zijn grote broer – de Kori Kollo-mijn – al het goud dat iets verderop te vinden was al had ontgonnen. Kleine broer Kori Chaca moet de komende jaren zo’n 6 ton goud ophoesten. En dat op minder dan vijf kilometer van het stadscentrum. Studies van het bedrijf zelf beweren dat de milieu-inpact miniem is, maar CEPA, de organisatie waarvoor wij werken wil die studie counteren, en wij helpen daar graag bij!

Het is een indrukwekkend zicht. Eerst vallen de gigantische evaporatielagunes op die de eigenlijke mijnput omringen. Gigantische beesten van vrachtwagens voeren stukjes heuvel naar een nieuw gecreëerde trappenheuvel die continu wordt besproeid met water waaraan cyanide werd toegevoegd om het goud uit de ertsen te halen. Dit water werd omgeleid van de Desaguadero rivier, waardoor de streek een groot deel van haar water ontnomen wordt. En dat is slechts één deel van z’n inpact op het milieu.

Mama’s Fuji schiet gretig het ene plaatje na het andere, en de zoom doet ons met het gevoel terugkeren dat we net een spionage-opdracht hebben volbracht.

Onze achtertuin. De Antenneberg. Die berg die nog iets hoger is dan die berg in onze voortuin. Die berg die ze waarschijnlijk omwille van die hoogte gekozen hebben om hun antennes op te zetten. De Antenneberg dus.

Het is ondertussen zondag, en onze longen hebben al enkele dagen meer de tijd gekregen om te wennen aan een leven op 4000 meter hoogte. We zijn klaar voor de achtertuin!

Maar we zijn niet klaar voor die duitse herdershond die ons na de eerste heuvel verwelkomt met geblaf dat beduidend agressiever klinkt dan het speelse geblaf dat we gewoon zijn van de duizenden andere honden die hier de straten van Oruro bevolken. We zijn ze al gewoon die honden op straat. Ze slenteren wat rond, liggen een beetje te bakken in de zon, lopen speels achter elkaar aan. Van diegenen met een geel bandje rond de nek moet je zeker geen schrik hebben. Aan hun beet houd je sowieso geen rabiës over. De anderen houden we nog een beetje in de gaten, maar ze doen niets.

Deze hond is anders. Hij doet ons al na 500 meter toch rechtsomkeer maken. “niet achterom kijken” denk ik. Ik overleg fluisterend met Mowsie : “ligt het aan mijn gehoor, of nadert dat geblaf terwijl ik nochtans echt wel denk dat we van hem weg aan het snelwandelen zijn?” We zijn watjes, maar hij wint. Het doel van de antennes daar hoog boven wordt opgeborgen, en we nemen het veilige pad dat om de heuvel heendraait. Weg van die agressieve duitser.

Maar om de berg heen komen de antennes opnieuw in zicht, de hond is verdwenen en na een dik uur klimmen staan we toch bovenaan de antennes! Ver onder ons ligt Oruro centrum. Tijdens de picnic daar boven weerklinkt van beneden opnieuw een fanfare. Luid en opzwepend. Te uitnodigend. We dalen af richting muziek!

Het eerste huis dat we tegenkomen behoort traditioneel gezien toe aan een van de armere families van de stad (hoe hoger op de berg, hoe armer). En toch verdedigt ook hier een hond nogal gemotiveerd deze eigendom, waardoor we de steile rotsflank verkiezen om af te dalen, in plaats van de ‘tuin’ van die mensen. “Van a caer!” horen we één van de dochters van de familie nog roepen. Vrij vertaalt : “checkt die twee, die gaan zeker op ulder muile gaan!”

Mowsie doet een heel verdienstelijke poging om het kind op haar wenken te bedienen, maar we zijn nog volledig intact als we beneden eindelijk zien waar de muziek bij hoorde: authentieker dan dit maken ze een kermis niet! De piratenboot uit de Meli is vervangen door een soort gele draak die slechts schommelt door toedoen van de enorme bicepsen van de eigenaar van het spel, in het reuzenrad wordt het kind achter de tralies van een ijzeren kooitje toch zeker twee en een halve meter de hemel in gedraaid, en de reuzeglijbaan is gewoon de steilste straat van de stad waarvan de kinderen met twee lege plastiekflessen op hun gat gebonden naar beneden scheuren aan een snelheid die de wereldkampioen in een juttezak op een traditionele glijbaan met de beste wil van de wereld niet benadert…

En vanaf nu tot aan HET carnaval is het hier elke zondag zo: dit is maar om te oefenen. Elke dansgroep uit de stad repeteert vanaf nu elke zondag voor het grote carnaval. En dat doen ze al zuipend, dansend, en in complete kermissfeer. Als dit oefenen is, willen wij het echte werk voor geen geld van de wereld missen!

4 opmerkingen:

  1. Bergen, Lama's, kermis, carnaval, het ideale decor voor panoramikskes, een cocktailbar, donderdag vleesdag en vooral die hoed van Mowsi... Reden genoeg om mijn verlof aan te vragen lijkt me. Ik maak er werk van.
    Gaaaan jongens!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Zo te lezen hebben jullie het daar goed naar jullie zin! Geniet maar met volle teugen van de omgeving, sfeer,... en van elkaar!
    Kortom stelen mag met jullie ogen...

    Groetjes van de Fam Vander Linden uit Mater.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. goh, met elke zin die ik lees kriebelt het een beetje meer; jullie blog is de ideale voorbereiding op mijn terugkeer (4e keer!) naar Bolivia... vertel het maar door, Hannah Montana is in aantocht!

    BeantwoordenVerwijderen